Energieprestatie bedrijfshallen
Aanscherping EPC-eisen Utiliteit
Voor de utiliteitsbouw zijn per 1 januari 2009 nieuwe energieprestatie-eisen. Een eerste stap op weg naar het doel om nieuwe winkels en kantoren in 2017 de helft energiezuiniger te laten zijn dan nu. Dit doel is onderdeel van het ″Lente-akkoord″, dat het ministerie van VROM, NEPROM, NVB en Bouwend Nederland 22 april 2008 zijn overeengekomen. De ondertekenaars van het akkoord streven naar energieneutraal bouwen in 2020.
Sinds 15 december 1995 zijn er EPC-eisen opgenomen in het bouwbesluit. In de loop der jaren zijn de EPC-eisen stapsgewijs aangescherpt. In de woningbouw is de eis van 1.4 (1995) naar 1.2 (1998), 1.0 (2000) en 0.8 (2006) gegaan. In de utiliteitsbouw is alleen in 2000 en 2003 een aanscherping geweest. De aanscherpingen hebben hun effect gehad. Er heeft zich een duidelijke markt ontwikkeld op het gebied van energiebesparende maatregelen en technieken in de bouw. Voorbeelden hiervan zijn de introductie van HR++-beglazing, warmteterugwinning op ventilatie en warmtepompen.
De EPC voor utiliteitsgebouwen is voor het laatst in 2003 aangescherpt. Op basis van onderzoek is geconcludeerd dat een kosteneffectieve aanscherping met gemiddeld 20% mogelijk is.
Het Bouwbesluit stelt eisen aan de energieprestatie van een gebouw. Om de energieprestatie van utiliteitsgebouwen te bepalen wordt de energieprestatienorm (EPN) gebruikt. Deze methode is beschreven in de NEN 2916. De EPN schrijft geen specifieke maatregelen voor, maar geeft een totaalprestatie van de energiezuinigheid van een gebouw. Met de EPN kan de bouwwereld zelf kiezen met welke maatregelen de vereiste energiezuinigheid van een gebouw wordt gerealiseerd. De EPN bekijkt alleen het gebouwgebonden energiegebruik (verwarming, ventilatie, verlichting etc.) en geeft geen oordeel over het niet-gebouwgebonden energiegebruik (computers, apparatuur etc.). De energieprestatie van een gebouw wordt uitgedrukt in de energieprestatiecoëfficiënt (EPC) of een Qpres/Qtoel wanneer het gebouw meerdere gebouwfuncties bevat.
Aanscherping per gebruiksfunctie
Bij een aantal gebruiksfuncties zal het relatief eenvoudig zijn om aan de nieuwe EPC eisen te voldoen; voor andere, bijvoorbeeld kantoren, zijn er meerdere maatregelen noodzakelijk om de eisen te halen. Voor een aantal gebruiksfuncties is de aangegeven aanscherping van de eisen best groot, gemiddeld ongeveer 20%. Maar, zo is gebleken uit onderzoek , er zijn diverse opties waarmee flinke winsten te behalen zijn.
Tabel 1 geeft een overzicht van de aanscherping per gebruiksfunctie.
| Gebruiksfunctie | huidige EPC-eis | Nieuwe EPC-eis | aanscherping (%) |
| Bijeenkomstgebouwen | 2.2 | 2.0 | 9 |
| Celgebouwen | 1.9 | 1.8 | 5 |
| Gezondheidszorg niet klinisch | 1.5 | 1.0 | 33 |
| Gezondheidszorg klinisch | 3.6 | 2.6 | 28 |
| kantoren | 1.5 | 1.1 | 27 |
| Logiesgebouwen | 1.9 | 1.8 | 5 |
| Onderwijs | 1.4 | 1.3 | 7 |
| Sportgebouwen | 1.8 | 1.8 | 0 |
| Winkels | 3.4 | 2.6 | 24 |
Hoe voldoen aan de nieuwe EPC?
Waar zit de speelruimte? Om de energieprestatie van een gebouw te verbeteren is er binnen de EPN nog een aantal belangrijke maatregelen die een positieve invloed hebben op de energieprestatie. Allereerst is het belangrijk om de energievraag zoveel mogelijk te beperken door een slimme vormgeving en een optimale oriëntatie van het gebouw én door goed te isoleren (Rc van 3,5-4,0 m²K/W). Hierbij gaat het om gevel, vloer en dak, maar ook om goed isolerende HR++-beglazing en kozijnen.
Vervolgens is veel winst te behalen door slim te ventileren en te verlichten. Bij slim verlichten moet gezocht worden naar een combinatie van het weren van de zoninstraling en het binnenlaten van daglicht, aangevuld met HF verlichting en een daglichtafhankelijke regeling of aanwezigheidsdetectie. Dit zorgt voor zowel een reductie van het energiegebruik voor koeling als voor verlichting. Bij slim ventileren kunt u bijvoorbeeld denken aan warmteterugwinning op de ventilatielucht, vraaggestuurde ventilatie (alleen ventileren als het nodig is) of het reduceren van het energiegebruik van ventilatoren door toerenregeling.
Tot slot kan warmte, koude en elektriciteit energiezuinig opgewekt worden. Met bijvoorbeeld een hoogrendementsketel of een warmtepomp, eventueel gekoppeld aan warmte-koudeopslag in de bodem. Ook zelf energie opwekken met duurzame bronnen zoals zon draagt bij aan een lagere EPC. Voorbeelden hiervan zijn zonneboilers en PV-panelen.
Kantoor
Voor een kantoorgebouw, lag de EPC-eis op 1.5 en deze wordt 1.1, een flinke verlaging. Om deze EPC eis te halen bij bijvoorbeeld een kantoorgebouw van 6.000 m², kan worden gedacht aan het volgende pakket maatregelen: een veeg- en daglichtregeling op de energiezuinige verlichting, warmteterugwinning op de ventilatielucht (met een rendement van: η=70%) en het toepassen van een warmtepomp (op lucht).
Financiële ondersteuning
Natuurlijk brengt de aanscherping van de EPC voor verschillende partijen hogere kosten met zich mee omdat sprake is van inzet van nieuwere en veelal duurdere technieken. Deze meerkosten kunnen gedeeltelijk compenseerd worden door gebruik te maken van regelingen van SenterNovem. Zo hebben ondernemers de mogelijkheid om fiscaal voordeel te krijgen op de aanschaf van (onderdelen van) gebouwen door gebruik te maken van de Energie InvesteringsAftrek (EIA) en/of de Milieu InvesteringsAftrek (MIA). Deze regelingen worden jaarlijks aangepast. Kijk daarom voor de actuele stand van zaken op http://www.senternovem.nl. Daarnaast kunnen zowel particulieren, overheden als bedrijven via Groen Financiering in aanmerking komen voor gunstige financieringsvoorwaarden bij banken. Kijk voor Groen beleggen en financieren ook op http://www.senternovem.nl.





